26 april 2001


Van Hoogenhuizen kreeg nooit de gewenste steun

door Marcel Beijer

ALMERE - Pauline van Hoogenhuizen-Verploegh werd op 11 februari 1999 ge‹installeert als wethouder voor de VVD. De lerares Frans van het Oostvaarderscollege volgde daarmee partijgenote Mieke Velsink op die ten onder ging aan de zogenaamde 'e-mail-affaire'.

In het kennismakingsinterview met deze krant noemde Van Hoogenhuizen haar onderwijsachtergrond een goede basis voor het wethouderschap. Niet iedereen was het daarmee eens. Vooral in kringen van openbaar onderwijs werd de komst van Van Hoogenhuizen met argusogen bekeken. De liberale werkte immers bij een school voor algemeen bijzonder onderwijs en de verstandhouding met het openbaar onderwijs was op zijn zachtst gezegd 'koeltjes'. Dat kwam vooral doordat Het Baken, maar vooral het Oostvaarderscollege, flinke problemen maakte rond de komst van het Helen Parkhurst College. De twee scholen zagen in deze dependance van Echnaton een vijfde openbare scholengemeenschap. Daarbij liet vooral het Oostvaarderscollege zich horen.

De eerste maanden maakte Pauline van Hoogenhuizen zich haar portefeuille in alle rust eigen. Die kalmte werd eind september wreed verstoord toen tijdens een onderwijsoverleg een vertegenwoordiger van de streng-Islamitische school Al Iman de wethouder de hand weigerde te schudden, omdat zij een vrouw is. Van Hoogenhuizen vond dat de man de Nederlandse beleefdheidsvormen diende te respecteren en dat hij voortaan niet meer welkom zou zijn als hij bij zijn standpunt bleef. Het schoolbestuur van Al Iman vond dat de wethouder discrimineerde. Zowel het Islamitische schoolbestuur als Van Hoogenhuizen diende bij het anti-discriminatiebureau een klacht in. Die kwam nooit tot een uitspraak. De verstandhouding werd plichtmatig bijgelegd maar tot een warme relatie kwam het nooit weer.

In het tijdperk Van Hoogenhuizen gebeurden ook positieve dingen. Zelf is zij er trots op om meegewerkt te hebben aan de ontwikkeling van het Instituut voor Information Engineering, de komst van de propedeuse Gedrag & Samenleving, de Pabo en de onderhandelingen die hebben geleid tot een functioneel leeftijdsontslag bij de Brandweer. Maar de liberale kreeg in het onderwijsveld nimmer de steun waar ze op gehoopt had. In haar laatste perscommuniqué‚ liet ze dan ook weten dat ze tijdens haar wethouderschap van verschillende kanten veel tegenwerking heeft ondervonden.
De niet-aflatende stroom kommer-en-kwel verhalen over Almeerse scholen zonder leerkrachten en naar huis gestuurde klassen maakten van Van Hoogenhuizen een niet te benijden wethouder. Basisschool De Kaardebol kwam landelijk in het nieuws toen een groep een hele week naar huis werd gestuurd. Prompt kwamen er reacties van minister Hermans en staatssecretaris Adelmund die beloofden naar de Almeerse problemen te zullen kijken. En dat gebeurde ook. Het leidde ertoe dat Almere op onderwijsgebied mocht meevaren met het Grote Stedenbeleid.
Kort daarop zei Van Hoogenhuizen in deze krant dat dit het gevolg was van haar lobby op het ministerie. Deze opmerking viel in onderwijskringen verkeerd, omdat ze daarbij voorbijging aan de rol die De Kaardebol daarin gespeeld had. Er werd Van Hoogenhuizen juist een gebrek aan daadkracht verweten.

En juist op het moment dat de gemeenteraad haar ter verantwoording wilde roepen, stortte Van Hoogenhuizen afgelopen februari in. Ze zakte tijdens een vergadering van b en w in elkaar. Een combinatie van problemen in haar privé situatie en politieke druk werd haar te veel. Ze gaf aan een maandje rust te nemen. Nog geen week later presenteerde haar vervangende partijgenoot Henk Smeeman een spraakmakend plan ter verbetering van het Almeerse onderwijs. Maar liefst 24 miljoen gulden wist hij los te peuteren. Het betekende het definitieve einde van Van Hoogenhuizen als wethouder. Van Hoogenhuizen deelde gisteren mee dat er geen vruchtbare voedingsbodem meer bestaat voor een terugkeer. Niet binnen het college en niet binnen de eigen fractie van de VVD.

[ TERUG DIAL ] [ POLITIEK ALMERE DIAL ] [ DAGBLAD VAN ALMERE ARTIKELEN INDEX ]


Bron: Dagblad van Almere, Grote Markt 10, Almere Stad